mariekehensel.nl

Wetenschappelijke kennis, levendig onderwijs

Waarom de juiste didactische aanpak in de wetenschap echt het verschil maakt

Wetenschap lesgeven op de basisschool en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs… het klinkt soms groter dan het is. En toch. Iedereen die ooit met dertig kinderen in een lokaal stond, weet hoe snel een proefje kan ontsporen, of juist magisch kan worden. Ik herinner me nog een klaslokaal dat rook naar azijn en bakpoeder. Overal bubbels. Ogen groot. Dáár gebeurt leren, echt leren. Maar dan moet je wel de juiste aanpak kiezen. Want eerlijk is eerlijk : een droge uitleg over zwaartekracht om half vier ’s middags ? Dat werkt gewoon niet.

In gesprekken met leerkrachten, ouders en onderwijsprofessionals merk ik dat veel mensen zoeken naar houvast. Wat werkt nou écht in de praktijk ? Inspiratie komt soms uit onverwachte hoeken, zoals samenwerkingen tussen scholen en externe pedagogische initiatieven. Ik stuitte zelf op https://ecole-catholique-d-enseignement.com ik me verdiepte in hoe verschillende onderwijsvormen wetenschap tastbaar maken. Niet alles past één-op-één, maar het zet je wel aan het denken.

Leren door te doen : actief en onderzoekend werken

Franchement, kinderen leren wetenschap niet door alleen te luisteren. Ze moeten het voelen, zien, soms zelfs ruiken. Onderzoekend leren is wat mij betreft de basis. Geef ze een vraag in plaats van een antwoord. “Waarom zinkt deze steen en blijft dat stuk hout drijven ?” Laat ze gokken. Laat ze fout zitten. Dat is oké.

Op een basisschool in Utrecht zag ik een groep 7 die zelf kleine bruggen bouwde van satéprikkers. Niet perfect, soms scheef. Maar toen er gewicht op kwam en eentje instortte, hoorde je letterlijk een collectief “ooooh”. Dat moment, dát blijft hangen.

Context is alles : wetenschap koppelen aan het dagelijks leven

Ik vind het verrassend hoeveel leerlingen afhaken omdat ze het nut niet zien. Dus : haal de les uit het boek en breng ‘m naar buiten. Regen ? Perfect moment om het over waterkringlopen te hebben. Smartphone in de hand ? Praat over energieverbruik, batterijen, magnetisme misschien.

In het voortgezet onderwijs werkt dit minstens zo goed. Een simpele berekening over snelheid wordt ineens interessant als het gaat over een scooter op het fietspad. Herkenning zorgt voor betrokkenheid. En betrokkenheid, ja, die is goud waard.

Samen leren : praten, discussiëren, twijfelen

Wetenschap is geen solo-activiteit. Het is discussie, debat, soms zelfs ruzie maken over wie gelijk heeft. Ik ben fan van samenwerken in kleine groepjes. Laat leerlingen hun ideeën verwoorden. Hardop. Soms klopt het niet helemaal, soms ook wel. Maar door te praten, gaan ze denken.

En nee, dat is niet altijd rustig. Het zoemt, het leeft. Perso ik neem dat lawaai er graag bij. Liever een klas vol vragen dan een lokaal waar je een speld hoort vallen.

Structuur zonder verstikking

Dat betekent trouwens niet dat alles los moet. Een duidelijke structuur helpt, zeker bij abstracte onderwerpen zoals elektriciteit of chemische reacties. Begin simpel. Bouw langzaam op. En herhaal. Ja, herhalen. Nog een keer. En misschien nóg een keer, net iets anders uitgelegd.

Wat ik zelf fijn vind : korte blokken. Tien minuten uitleg, dan iets doen. Even bewegen. Even lachen. Daarna weer verder. Het klinkt simpel, maar het werkt verrassend goed.

Tot slot : durf te experimenteren (ook als docent)

Misschien is dit wel het belangrijkste. Durf te proberen. Niet elke methode past bij elke klas. En dat is oké. Soms mislukt een proefje. Soms snapt niemand het meteen. Dat hoort erbij. Wetenschap ís zoeken, twijfelen, opnieuw beginnen.

Dus, welke aanpak past bij jouw leerlingen ? Wat durf jij los te laten, of juist vast te houden ? Als je die vragen blijft stellen, zit je al goed. Echt.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *